Onderzoek naar de waterkwaliteit


Schoon water is belangrijk voor de gezondheid van planten, dieren en mensen. Waterschap Limburg voert continu onderzoek uit naar de waterkwaliteit. Zo houden we zicht op het leven in en om het water. Op die manier weten we welke maatregelen we moeten treffen om de waterkwaliteit te blijven garanderen.

Wat we meten

  • fysisch- chemische waterkwaliteit
  • gesteldheid van planten, dieren en algen. Deze biologische onderdelen geven een goede indicatie van de waterkwaliteit over een langere periode
  • inrichting van de beken en plassen

Waar we meten

We meten in de hoofdbeken (zoals Roer, Tungelroysche Beek, Geleenbeek, Geul, Niers). Daarnaast voeren we metingen uit in verschillende kleinere beken en bronnen.

Hoe we meten

We meten lang niet altijd en overal, maar onderzoeken met regelmaat de waterkwaliteit op strategische plekken. Met deze steekproeven proberen we een beeld te krijgen van de watertoestand in de beek en de veranderingen die daarin optreden.

Het onderzoek van de chemische kwaliteit gaat met behulp van watermonsters die we naar het laboratorium sturen. Ter plekke bepaalt de monsternemer al een aantal dingen zoals temperatuur, zuurgraad en geleidend vermogen (zegt iets over het totaal aan opgeloste stoffen in het water).

We inventariseren planten in de beek en op de oever, natuurlijk zonder ze te beschadigen. Ook bestuderen we op diverse plekken in de beek de aanwezige vissen. Soort en lengte geven ons informatie over de waterkwaliteit. Daarna zetten we de vissen weer terug.

Kleine diertjes (ongewervelden groter dan 1 mm, ook wel macrofauna genoemd) en algen worden bemonsterd en in het laboratorium op soort gebracht.

Nieuwe manier van meten van waterkwaliteit

Het meetnet is vrij grof opgezet, dat wil zeggen dat we voor de meeste beken de waterkwaliteit maar op één plek in de gaten houden. Voor waterlopen die aanhoudend verontreinigd zijn, willen we meer in detail weten hoe het zit. Waar komt de verontreiniging die we meten nu eigenlijk vandaan? Dan is het nemen van een enkel monster aan de monding niet voldoende maar willen we ook de haarvaten van de beek onderzoeken.

Daarvoor gebruiken we nu een nieuwe techniek waarmee we snel een indicatie krijgen van de mate van verontreiniging. We zijn dit nu als experiment aan het doen voor stikstof. Dit is een belangrijke probleemstof in veel van onze wateren. Hiervoor gebruiken we nitraatstrips. Die steek je in het water. De verkleuring van de strip geeft vervolgens aan hoe sterk de verontreiniging is. Het voordeel is dat deze methode goedkoop is en meteen resultaat geeft. Zo kunnen we ter plekke besluiten om nog iets verder de haarvaten in te gaan, op zoek naar de bron van verontreiniging, of juist een andere aftakking te gaan bemeten. De methode kan eventueel ook gebruikt worden door agrariërs, bijvoorbeeld om de kwaliteit van hun drainwater te bepalen.

Het vinden van een bron van verontreiniging kan leiden tot overleg met perceeleigenaren of andere betrokkenen. We laten zien wat we vinden en zoeken samen naar oplossingen.

Meer weten?

U kunt bij onze specialisten terecht voor vragen over:

  • monitoringsgegevens over de fysisch-chemische waterkwaliteit
  • kiezelwieren
  • waterplanten en oeverplanten
  • macrofauna
  • vissen

Voor de diverse monitoringsrapportages, rapporten en plannen over ecologie in ons werkgebied verwijzen we u naar de Hydrotheek van Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA).