Beverbezigheden: ons dagelijkse werk


‘Wat doe jij eigenlijk precies?’ Een vraag die Inge Janssen, beverspecialist, regelmatig wordt gesteld. Door de enorme groei van het aantal bevers in Limburg (geschat aantal ongeveer tweeduizend bevers eind 2023), zijn veel mensen inmiddels bekend met het dier én de sporen die het zichtbaar achterlaat in de natuur of elders.

Velen zijn verheugd over zijn werk, immers de biodiversiteit oftewel soortenrijkdom neemt toe. Mooi ook met het oog op de toekomst van de generaties na ons. Echter net zo velen zien het aantal bevers in Limburg liever gisteren dan vandaag fors afnemen vanwege graaf- , vraat- of natschade. Met maar liefst drie andere beveradviseurs is Inge binnen Team gebied een groot deel van haar werkweek ‘belast’ met de bever en de daarbij behorende problematiek. Voorts zijn er gebiedsinspecteurs, hydrologen, rattenvangers en beleidsmakers in meer of minder mate met de bever in de weer. Voor Inge vertaalt de beverproblematiek zich rechtstreeks door aan tafel met belanghebbenden. Niet zelden worden er verhitte discussies gevoerd.  Desondanks praat Inge met veel passie over dit grote inheemse knaagdier en zijn positieve bijdrage aan de biodiversiteit. Tegelijkertijd is zij zich ook zeer bewust van de keerzijde van zijn aanwezigheid, zo blijkt tijdens ons gesprek. Net terug uit het veld, waar ze een beverdam heeft geïnspecteerd, neemt ze tijdens haar lunchpauze tijd om ons bij te praten.

Wat Inge doet

"Onze drukbezette werkweken zijn een rechtstreeks gevolg van de fikse groei van het aantal bevers,” zo vertelt Inge. “Weken die voor mij voor circa zestig procent bestaan uit kantoorwerk; de resterende tijd sta ik met de laarzen in de modder om situaties in het veld te beoordelen of zit ik aan tafel met belanghebbenden. Op kantoor vertaal ik mijn opgedane bevindingen in adviezen. Adviezen voor beleid, maar ook voor onze inspecteurs hoe buiten met bepaalde situaties om te gaan. Iedere situatie en oplossing is hydrologisch of ecologisch maatwerk, passend binnen de geldende regelgeving. Meldingen over de aanwezigheid van bevers ontvangen we van zowel onze inspecteurs als via het Omgevingsloket. Al deze meldingen worden door het waterschap afgehandeld: per email, telefonisch of door persoonlijk met elkaar de dialoog aan te gaan."

Provincie maakt het beleid

"Bevers zijn tussen 2001 en 2004 met succes bijgeplaatst in Limburg. Dit inheemse knaagdier is onze bondgenoot in waterbeheer. De door hem gebouwde dammen beïnvloeden zowel de stroming als het waterpeil. In tijden van droogte wordt daardoor water vastgehouden. En de om geknaagde bomen trekken nieuwe planten en diertjes aan. Hij levert echt fantastisch werk op het vlak van de soortenrijkdom. Als ecoloog word ik daar zelf heel blij van,” vertelt Inge enthousiast. “Aan de andere kant kent zijn aanwezigheid nadelen. Door zijn nadrukkelijke levenswijze in het beekdal kan hij namelijk ook graaf-, vraat,- en natschade veroorzaken. Schade aan onze dijken waardoor de waterveiligheid in het gedrang komt,  maar ook aan gewassen van agrariërs of privé-tuinen van inwoners. De dammen die hij bouwt zorgen namelijk voor een verhoogd waterpeil. Mooi in tijden van droogte, maar vervelend in tijden met veel neerslag. Het verhoogt namelijk de kans op natschade van landbouwgronden. Het mag duidelijk zijn dat met de groei van het aantal bevers ook het aantal schademeldingen toeneemt.  Hoe we hiermee omgaan verschilt per situatie en de mogelijkheden. Veel mensen weten niet dat wij daarvoor afhankelijk zijn van Provincie Limburg: immers, zij maken het beleid. Wij voeren dat beleid ‘slechts’ uit."

Waterschap Limburg voert beleid uit

"Waterschappen hebben als peilbeheerder de wettelijke taak om te zorgen dat dijken en kades sterk en veilig zijn. Waterveiligheid staat hoog op de agenda. Op plekken waar de bever blijvend voor schade zorgt, zijn we bevoegd om in te grijpen. Bijvoorbeeld door graverij in waterkeringen of bij dreigende natschade van -aan beken grenzende-  percelen van agrariërs. Dat ingrijpen gebeurt onder zeer strenge regelgeving,“ zo benadrukt Inge. “Bevers en zijn bouwwerken hebben namelijk een beschermde status. Het waterschap kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor álle door bevers veroorzaakte schade. De bever is namelijk een wild dier en heeft geen eigenaren aan wie hij toebehoort. De kosten voor het herstellen van schade aan privéterreinen van agrariërs, kasteeleigenaren, visvijvers, gemeentelijke wegen of inwoners kunnen dan ook niet op ons worden verhaald. Hoe onbevredigend dat voor gedupeerden ook vaak is. Dat neemt echter niet weg dat wij altijd graag in gesprek gaan met mensen om de problematiek en mogelijke oplossingen te bespreken.”

Kansrijke bevergebieden versus probleemgestuurde aanpak

“De bever is een inheemse soort en hoort van oorsprong thuis in de Maas, de Maasplassen en de beekdalen in Limburg.  In beekdalen die robuust genoeg zijn voor de bevers streven we naar een duurzame ontwikkeling. Dat is geen gemakkelijke opgave. Buiten de kansrijke bevergebieden passen we een probleemgestuurde aanpak toe en werken we volgens een zogenaamde escalatieladder. Dat betekent dat we pas een zwaardere maatregel inzetten als de minder zware maatregel niet werkt of te duur wordt. Zo kunnen we onder strikte voorwaarden beverdammen verlagen, verwijderen of er een buis door steken. Ook kunnen we oeverholen in een waterkering dichten, zijn leefgebied bij een stuwwerk ongeschikt maken of onderzoeken we de mogelijkheid om voor bevers een andere plek te zoeken. Voorts beschermen we waar noodzakelijk markante bomen door ze in te strijken met een voor bevers niet lekkere pasta. Echter, in sommige gevallen is er helaas echt geen andere uitweg dan het afschieten van het dier. Bijvoorbeeld als de veiligheid in het gedrang is, omdat de bever een gat graaft onder een weg en er een ‘sinkhole’ ontstaat. Dat afschieten is overigens niet in ons belang, maar in het belang van de wegbeheerder. Voor afschot moet altijd  toestemming worden verleend door Provincie Limburg. Laat dat duidelijk zijn. De hele procedure wordt door ons vervolgens zéér zorgvuldig doorlopen. Afschieten is echt de állerlaatste trede optie. Er is dan geen andere oplossing meer. Het doden van dieren zorgt altijd voor oplaaiende emoties bij velen. Ook mij gaat dat als dierenliefhebber aan het hart. ARK Natuurontwikkeling zegt daarover: bevers beschermen is bevers beheren. Dat kan soms helpen om het in perspectief te plaatsen.

Hoe we naar de toekomst kijken

De explosieve groei van de beverpopulatie roept steeds meer discussie op. Inmiddels verplaatst de bever zich soms ook richting bewoonde gebieden, waar hij schade aanricht. Tijdens het uitvoeren van ons werk worden we dan ook steeds meer geconfronteerd met boze mensen. Ik snap dat wel, maar laten we vooral met elkaar in gesprek blijven. Ook wij als uitvoerende instantie zien en kampen met de voor- en nadelen van zijn aanwezigheid. Het is echt geen kwestie van zwart of wit. De uitdaging voor de komende jaren is om de bever een blijvende plek te geven en hem daarbij ‘te wegen’ met andere ecologische waarden. Zo belemmert hij bijvoorbeeld de vismigratie en knaagt té veel bomen om. Hoe gaan we al die verschillende belangrijke natuurwaarden in de toekomst met elkaar in balans brengen. Een enorme uitdaging, waarbij we willen voorzien in lokaal maatwerk en tegelijkertijd uniformiteit willen en moeten bieden. Ons streven is gericht op een goed geolied beverbeheer dat transparant is naar onze belastingbetalers en onze afwegingen duidelijk laat zien.  Immers, we werken graag met en voor de omgeving!”