Het onderbrengen van grasmaaisel op de zwartstrook


12_boomspiegel

Hoe werkt het

Om oppervlakkige afstroming te beperken en infiltratie te bevorderen is het belangrijk om de bodem te verruwen. Dit geldt ook voor de traditionele zwartstrook onder fruitbomen. Hierdoor wordt de erosieve kracht van een regendruppel en een waterstroom beperkt.

Door het bewust onderbrengen van het grasmaaisel (reeds aanwezige perceel eigen organische stof) op de zwartstrook wordt hier het oppervlak verruwt en neemt het organische stof gehalte op deze strook toe. Dit heeft effect op de snelheid van afstroming, het water vasthoudend vermogen doordat het grasmaaisel de sponswerking vergroot en het heeft een positief effect op het bodemleven. Hierdoor kunnen er meer wormgangen enz. ontstaan.

De grasstrook in de fruitteelt is van nature al ruwer t.o.v. de zwartstrook. Het maaisel tot 15 mei mag u wel in de grasbaan zelf achterlaten. Uiteraard is het verminderen van maaibeurten en bepaalde stroken een langere periode niet maaien ook een wenselijke ontwikkeling. Dit kan gecombineerd worden met deze maatregel.

Het bewust onderbrengen van het maaisel vraagt een aanpassing aan de bestaande of nieuwe maaiapparatuur. De machine moet het overgrote deel van het gemaaide gras afvoeren/lossen naar de zwartstrook.

Effectiviteit

• Waterkwantiteit: door de verruiging van de zwartstrook wordt afstroming beperkt en sponswerking bevorderd.
• Waterkwaliteit: Minder run-off van water betekent ook dat er minder nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen afspoelen.

Voorwaarden

    1. Deze activiteit wordt uitgevoerd in het beheergebied van Waterschap Limburg en specifiek voor het gebied Zuid-Limburg.
    2. Het landbouwperceel heeft een hellingspercentage van minimaal 2%.
    3. Het maaisel uit grasstrook bij fruitteelt verplaatsen naar de zwartstrook.
    4. Bij iedere maaibeurt die men toepast vanaf 15 mei van het betreffende teeltjaar tot minimaal 1 oktober
    5. Er moet een zwartstrook aanwezig zijn en deze moet minimaal 0.5 m breed zijn.

Subsidie

De hoogte van de subsidie bedraagt € 20,- per hectare per jaar. U kunt meerdere landbouwpercelen aanvragen maar er geldt een maximum van opgeteld 40 hectare voor deze maatregel per aanvrager die voor subsidie in aanmerking komt.