Zoeken - Zoekresultaten
Waterschap Limburg is een flexibele werkgever. Je staat zelf aan het roer van je loopbaanontwikkeling en het vinden van een goede balans tussen werk en privé.
Door mee te lopen op de werkvloer doe je waardevolle praktijkervaring op en leer je in korte tijd de kneepjes van het vak.
Waterschap Limburg zorgt in de provincie Limburg voor veilige dijken, droge voeten, schoon water en voldoende water. Zo’n 300 gepassioneerde collega’s zetten zich daar dagelijks voor in: met de omgeving voor de omgeving!
Op 7 van de 17 rioolwaterzuiveringsinstallaties wordt zuiveringsslib vergist. Bij de vergisting komt biogas vrij dat momenteel voornamelijk wordt ingezet in onze warmtekrachtkoppelingen (WKK’s). Met de WKK’s produceren we duurzame elektriciteit en warmte voor eigen verbruik op de rioolwaterzuiveringsinstallaties. In totaliteit produceren we bijna 8 miljoen m3 biogas waarmee we meer dan 11 miljoen kWh aan duurzame elektriciteit opwekken.
Het Limburgse afvalwater wordt vanaf medio 2019 nog duurzamer gezuiverd: 33.000 zonnepanelen op 11 Rioolwaterzuiveringsinstallaties verspreid over Limburg zorgen daar voor.
Waterschap Limburg (WL) en Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) willen in 2025 energieneutraal zijn, dit betekent jaarlijks netto evenveel energie duurzaam opwekken als het eigen gebruik. Hiervoor zal naast energiebesparing ook moeten worden ingezet op opwekking van duurzame energie. Denk daarbij aan bijvoorbeeld de mogelijkheden van thermische energie uit afvalwater of uit oppervlaktewater. Om de kansen voor een duurzamere energievoorziening, met en voor de omgeving, in beeld te brengen is deze kansenkaart opgesteld.
Op basis van een verkenning blijkt dat er op de terreinen van WL en WBL geen mogelijkheden zijn voor het plaatsen van windturbines vanwege belemmeringen zoals nabije bewoning, de ligging van ondergrondse leidingen, hoogspanningsleidingen en meer.
Waterkracht uit stromend water kan in alle rivieren en beken die vrij afstromen worden gewonnen op de locaties waar de stroomsnelheid en het debiet (de hoeveelheid water die een rivier of beek per tijdseenheid transporteert of afvoert) voldoende hoog is.
Uit afvalwater (rioolwater) kan warmte worden gewonnen. De warmte kan worden gebruikt voor het verwarmen van nabijgelegen gebouwen, woonwijken, zwembaden etc. en zo het verwarmen met fossiele brandstoffen vervangen.
Uit oppervlaktewater kan in combinatie met een zogenoemd Warmte en Koude Opslagsysteem (WKO) warmte of koude worden gewonnen. De warmte kan gebruikt worden voor ruimteverwarming en zo verwarming met fossiele brandstoffen vervangen.
In het Interregproject FlashFloodBreaker worden de praktische mogelijkheden onderzocht om Noord-West Europa beter bestand te maken tegen flash floods. WRL is één van de deelnemende partijen.
Door de geschiedenis van plekken beter te begrijpen, kunnen we toekomstbestendige keuzes maken. Dat blijkt uit het gesprek met Ellen Vreenegoor en Jacob Knegtel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Lees hun verhaal hier.
Bij directzaai wordt er geen voorafgaande bodembewerking aan de uitzaai van de suikerbieten uitgevoerd. De suikerbieten worden rechtstreeks in de teeltresten van de vorige teelt of in de groenbedekkerresten gezaaid. Kies voor een machine die zo min mogelijk grond bewerkt of beroert tijdens het zaaien.
De traditionele rugopbouw in één fase met gladde aardaardkappen bij de teelt van aardappelen leidt gemakkelijk tot afspoelen van water en bodemdeeltjes. Het grover achterlaten van de ruggen kan dat verminderen. Als het bodemoppervlak ruw is zal het water meer kans krijgen om te infiltreren in plaats van af te spoelen.
Lössgronden behoren tot de leemgronden. De bodemaggregaten van deze gronden (80% silt) vallen snel uiteen in kleinere delen. Er treedt snel verslemping op, waardoor ze minder waterdoorlatend worden (minder infiltratie). Dit heeft ook een negatief effect op plantengroei (opkomst en beworteling). Organische stof (humus) kan helpen om de stabiliteit van de bodem te verbeteren.
In de periode tussen de hoofdteelten kunnen groenbemesters/-bedekkers de bodem beschermen tegen verslemping en erosie. Resten van groenbemesters, die in de toplaag aanwezig zijn, bieden in het voorjaar ook weer bescherming als het nieuwe gewas gezaaid of gepoot is. Er bestaat echter verschil tussen groenbemesters.
Als mais in rijen wordt gezaaid, krijg je vrij makkelijk een ‘stroomgeul’ waar geen hindernissen zijn voor het (tijdelijk) overtollig water om te gaan stromen. Door maïsplanten regelmatiger over het veld te verdelen dan bij een gangbare rijafstand van 75 cm, ontstaat er een situatie waarbij waterafstroming door de maisplanten meer geremd wordt en de inslag van water tussen de rijen beperkt wordt. De ideale situatie ontstaat door de maisplanten in driehoeksverband te zaaien, waarbij de afstanden tussen de planten in alle richtingen zoveel mogelijk gelijk is. Dit ontstaat bij een rijafstand van 37,5 cm.
De mate van bodembedekking bepaalt in hoeverre de kracht van neerslag wordt gebroken voordat het de bodem bereikt. Bij de gewaskeuze wordt de basis gelegd voor bodembedekking. Met name gewassen, die in de gevoelige periode (april tot juli) geen bodembedekking hebben zijn het gevoeligst voor dichtslaan (slemp) van de bodem en daarmee erosiegevoelig met als gevolg beperkte infiltratie. Naarmate een gewas in het voorjaar sterker ontwikkeld is, wordt de bodem beter beschermd tegen neerslag en erosie.
In de basis is grasland een goede manier om erosie en wateroverlast te voorkomen. Goed beheer van het grasland is echter nodig om de infiltratiecapaciteit te borgen. Door te kiezen voor kruidenrijk grasland kan daarin mogelijk nog een extra stap gezet worden. Het kruidenmengsel zorgt voor een intensieve en diepe beworteling en poriën en biedt mogelijkheden om water af te voeren in de bodem.
Meld je aan en meet met ons mee!
Heb jij interesse om mee te doen of wil jij meer informatie over deelname aan het project? Neem dan contact met ons op via dit formulier.
De bever is een actief dier en is steeds in beweging. Bij zijn natuurlijke gedrag horen ook een aantal zaken die door de omgeving als onwenselijk kunnen worden ervaren. Het gedrag van bevers kan leiden tot schade welke onder 3 categorieën is ondergebracht, namelijk vraat-, graaf en natschade.
Hier kunt u alle nieuwsberichten over dit project nalezen.
Meer zoeken
Via onderstaande sites kunt u meer overheidsinformatie vinden.
