Bever in Limburg
De bever (castor fiber) is een beschermd knaagdier dat van oorsprong thuis hoort in de Maas, de Maasplassen en de Limburgse beekdalen.
Wilt u als inwoner van Limburg een melding doen over de bever (overlast, aanwezigheid of anders) of heeft u een muskus- of beverrat gezien?
Bekijk hier wat het beleid is rondom bevers en hoe dat wordt uitgevoerd.
Wekelijks krijgen wij vele vragen over bevers. Wij hebben de meest gestelde vragen van een antwoord voorzien.
Bevers en onze watergangen
Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het beverbeheer in beken en watergangen waarvan wij eigenaar en beheerder zijn. Ook de waterkeringen (dijken) langs onder andere de Maas vallen onder de verantwoordelijkheid van het waterschap. Wanneer activiteiten van de bever tot schade leiden, maken wij een afweging op basis van provinciaal beleid om tot actie over te gaan.
Gebonden aan strikte voorwaarden
Bevers en hun bouwwerken zijn beschermd op basis van de Europese Habitatrichtlijn. Landelijk is dit vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Provincie Limburg maakt het beleid rondom bevers. Provinciaal zijn de kaders voor het omgaan met beverschade vastgelegd in het Faunabeheerplan Bever. Waterschap Limburg moet haar taak als waterbeheerder binnen dit kader uitvoeren en kan onder strikte voorwaarden beverdammen verlagen of verwijderen.
Samenleven met de bever versus ingrijpen
In kansrijke bevergebieden zetten we in op mitigatie oftewel samenleven met de bever. Daarbuiten mag de bever wel vóórkomen, maar grijpen we in bij (dreigende) schade. In deze gebieden mag onder voorwaarden als uiterste maatregel doding worden ingezet. Dit gebeurt op locaties waar minder ingrijpende maatregelen niet tot het gewenste effect hebben geleid of waar de kosten extreem hoog zijn. Bijvoorbeeld waar dammen een hoog risico opleveren voor natschade of waar dammen zeldzame leefomgevingen bedreigen. Voor het doden van de bever moet altijd eerst toestemming worden verleend door Provincie Limburg en Faunabeheereenheid Limburg.
Ons streven voor de toekomst
Het aantal bevers in Limburg is de afgelopen jaren fors toegenomen en bedraagt volgens een ruwe schatting circa tweeduizend. Dagelijks zoekt het waterschap naar oplossingen om het groeiende aantal bevers binnen ons watersysteem een duurzame plek te geven. Beslist geen gemakkelijke opgave voor onze beveradviseurs , gebiedsinspecteurs, hydrologen en beleidsmakers. Er is veel tijd en geld mee gemoeid. Het beverbeheer kent tegenwoordig een kostenplaatje van ruim 700.000 euro.
Onze insteek is om:
- de kosten voor beverbeheer omlaag te brengen;
- bevers in kansrijke gebieden zoveel mogelijk ongemoeid te laten;
- te experimenteren met innovatieve oplossingen.
Enkele innovatieve oplossingen zijn het aanleggen van een buis door dammen, het lokaal vergraven van beken en de inzet van beverwachters.
Ook wordt met Faunabeheereenheid Limburg en Provincie Limburg gekeken naar mogelijke vermindering van de administratieve lasten en samenwerking met de Limburgse Wild Beheer Eenheden (WBE’s).



Samenleven met de bever
De bever is een inheems knaagdier dat van oorsprong thuishoort in de Maas, de Maasplassen en de Limburgse beekdalen. Door zijn manier van leven heeft hij grote invloed op het watersysteem en het landschap. Dit zorgt voor meer variatie in het beekdal, waar veel planten- en diersoorten van profiteren. Tegelijkertijd kan de aanwezigheid van de bever ook leiden tot overlast en schade, bijvoorbeeld aan waterkeringen, bomen en het waterpeil. De schade die door bevers kan ontstaan, wordt ingedeeld in drie categorieën: vraatschade, graafschade en natschade.
Bondgenoot in Limburg
De bever is een inheems knaagdier dat van oorsprong thuis hoort in de Maas, de Maasplassen en de Limburgse beekdalen. Door zijn nadrukkelijke leefwijze in het watersysteem, zorgt hij voor variatie in het beekdal. Hier profiteren allerlei planten en dieren van. Door dammen te bouwen oefent hij invloed uit op de stroming van het water en het waterpeil. Zo wordt bijvoorbeeld water vastgehouden in tijden van droogte. De omgevallen bomen leveren een bijdrage aan de biodiversiteit oftewel soortenrijkdom. De verscheidenheid in planten, dieren en andere levende organismen neemt hierdoor toe. Dat verdient zonder meer ons respect. Het vergroot immers de kans dat ook de generaties ná ons nog kunnen genieten van een natuurrijke omgeving. In die zin is de bever absoluut onze bondgenoot. Gekscherend wordt hij ook wel eens “onze collega-waterschapper” genoemd.
Redenen waarom dit min of meer uitgestorven inheemse knaagdier tussen 2001 en 2004 opnieuw in ons landschap is bijgeplaatst. ARK Natuurontwikkeling heeft dit samen met diverse partners gerealiseerd. Behalve Waterschap Limburg en Provincie Limburg waren daar onder meer ook het Wereld Natuur Fonds, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Stichting het Limburgs Landschap partij in.
Tegenwoordig is de beverpopulatie explosief gegroeid en telt Limburg naar schatting zo’n tweeduizend bevers.
De aanwezigheid van de bever kent behalve voordelen helaas ook nadelen. Nadelen die meer opspelen naarmate het aantal bevers toeneemt. Hij veroorzaakt namelijk schade, onder meer aan onze waterkeringen. Waterschap Limburg heeft als beverbeheerder dagelijks te maken met deze conflicterende voor- en nadelen. Enerzijds laten we hem ten behoeve van het ecosysteem zijn gang gaan (tot op bepaalde hoogte kunnen we dit toestaan) en anderzijds zijn we vanuit onze taak als waterbeheerder genoodzaakt in te grijpen. Bijvoorbeeld bij dreigende natschade of als de waterveiligheid in het gedrang komt. Een goed en zorgvuldig beverbeheer vraagt dan ook steeds meer van ons. Zowel qua tijd als kosten.
Uiterlijke kenmerken en bijzondere eigenschappen
De bever is tussen de 100 en 135 cm groot (van neus tot staartpunt) en weegt tussen de twintig en dertig kilo. Dat maakt hem tot het grootste knaagdier van Europa. Hij heeft een bruine vacht, kleine ogen en korte pootjes. Op het land beweegt hij traag, in het water is hij bijzonder soepel en snel. Een bever wordt gemiddeld 7-8 jaar oud, met uitschieters tot 35 jaar. Hij is een planteneter (herbivoor) en houdt van veel vezels. In de zomer eet hij waterplanten en in de winter de bast van bomen. Hij heeft krachtige kaken en ijzersterke opvallend oranje gekleurde tanden. Zijn doorzichtige oogleden stellen hem in staat om probleemloos onder water te kijken. Zonder naar adem te snakken kan hij ruim tien minuten onder water zwemmen. Hij heeft zwemvliezen tussen de achterste tenen en gebruikt zijn platte staart met schubben als roer. Behalve de wolf heeft de bever geen natuurlijke vijanden.
Dagelijkse leefwijze
Bevers zijn rasechte familiedieren en leven samen in burchten in en langs het water. Langs stilstaand water bouwen bevers vaker een burcht en langs stromende beken wonen ze in een oeverhol. Soms stort het oeverhol in en legt hij er takken op (hierdoor ontstaat dan een burcht). Ze houden het bij één partner, waarmee ze zich jaarlijks in de wintermaanden in het water voortplanten. Na een zwangerschap van 3,5 maand zien drie tot vier jonkies het levenslicht. Deze blijven bij het ouderpaar tot in het derde jaar. Dan gaan ze op zoek naar een eigen territorium, waar ze zich met een partner vestigen.
Zowel in de zomer als winter zijn bevers actief. Als het vriest blijven ze langdurig in hun hol. Dit hol is goed bestand tegen vorst. Ze leven dan van de bast van bomen die ze onder water als voorraad hebben aangelegd. Vanwege de zachte winters leggen niet alle bevers een wintervoorraad aan.
Leefgebied en invloed op de omgeving
De bever verkiest een waterrijke omgeving, zoals in en om beken, rivieren en moerassen. Bevers vestigen zich behalve in natuurgebieden tegenwoordig ook steeds vaker op minder gunstige plekken dichter bij wegen en spoor. Voorwaarde is dat er voldoende bomen staan. Het niet al te harde hout van populieren, essen, hazelaar en wilgen heeft daarbij zijn bijzondere belangstelling. De twijgjes, bladeren en ook de bast worden door hem als maaltijd gebruikt. Het binnenste deel eet hij niet op. Dat gebruikt hij voor zijn leefomgeving. Om een burcht te bouwen of waterstromen in te dammen. Overigens bouwt hij niet altijd een dam. Dat doet hij alleen als het water te ondiep is (<50 cm).
Een beverburcht is beschermd en een knap staaltje vakmanschap. Aan de oever graaft hij een gang die leidt naar zijn burcht. Deze burcht bouwt hij op het land en bestaat uit takken en planten. Om alles bij elkaar te houden gebruikt hij modder als een soort van cement. Daar waar hij niet op het vasteland kan bouwen, maakt hij een hol waarin hij verblijft. De ingang van de burcht/het oeverhol ligt altijd onder water. Dit beschermt de beverfamilie tegen predatie (waterslot). Hierdoor zijn de oeverholen lastig te vinden voor het waterschap en vormen ze een risico voor de stabiliteit van waterkeringen, onderhoudspaden, wegen enz.
Graafgedrag en gevolgen voor de omgeving
Een bever graaft gangen en holen om zich zo op een veilige manier te kunnen verplaatsen of verschuilen. Het graven van gangen en holen heeft vaak het doel om een veilige toegang te creëren naar een achterliggende burcht of schuilhol. In deze burcht of schuilhol is de bever veilig en rust deze uit. Vaak begint de bever met een ingang vlak onder de waterspiegel om zo nog veiliger te zijn. Het gegraaf van bevers is voor de bever een bescherming maar kan voor de omgeving leiden tot schade. Het waterschap ervaart deze schade als schade aan waterkeringen, verzakkingen van onderhoudspaden, schade aan profielen en beschoeiingen, lekkages en onveilige situaties in het kader van de zorgplicht bij openstelling voor publiek. Naast dat het waterschap schade op eigen terrein ervaart, zal de omgeving ook steeds vaker te maken krijgen met schade als gevolg van graverij. Wat betreft aansprakelijkheid is het vastgelegd dat iedere perceeleigenaar zelf verantwoordelijk is voor het voorkomen en oplossen van (dreigende) schade als gevolg van graverij. De terreineigenaar is dus ook zelf verantwoordelijk voor het herstel van schade op eigen perceel en dus ook voor de kosten. Soms is er een gezamenlijk belang. Oeverholen van bevers kunnen onder het eigendom van het waterschap zijn gegraven (onderhoudspad) en verder doorlopen onder het eigendom van derden. In deze gevallen zal het oeverhol tot aan de perceelgrens aangepakt worden. Het waterschap staat er voor open om met de aanliggende eigenaar een gezamenlijke aanpak te bespreken. Gezamenlijk optreden is enkel een mogelijkheid wanneer het waterschap zelf ook probleemhouder is. De aanliggende eigenaar blijft hierbij verantwoordelijk voor zijn deel van de graafschade, inclusief de kosten.
Vraatschade aan bomen en beplanting
De bever knaagt bomen om voor het maken van dammen en als voedselbron. In het algemeen zijn dit vaak kleine bomen die veel te vinden zijn in een gebied. Het omknagen van kleine bomen in natuurgebied of langs een watergang vormt in de meeste gevallen geen probleem. Echter, wanneer er weinig voedsel is, kan de bever aan grote bomen gaan knagen. Vooral het knagen aan grote, markante of landschapsbepalende bomen is ongewenst. Vraat kan ook betekenen dat er een veiligheidsrisico ontstaat wanneer de stabiliteit van bomen niet meer te garanderen is. Denk hierbij aan wandelpaden en infrastructuur. Mocht er een risico door vraat ontstaan, dan wordt ingrijpen overwogen, zoals preventiemiddelen. Zo kunnen aangevreten bomen omwikkeld worden met ijzergaas of kan het middel Wobra op de boom gesmeerd worden. Dit om te voorkomen dat de boom niet verder aangevreten word. Het komt ook steeds vaker dat de bever gewassen, sierbomen of (fruit) bomen bij inwoners aanvreet. De eigenaar van de aan- of omgeknaagde boom is altijd zelf verantwoordelijk voor de (dreigende) schade als gevolg van de bevervraat. Bij vraatschade op eigen perceel door bever kunt u melding maken bij BIJ12 (Faunazaken)(opent in nieuw venster) (verwijst naar een andere website). Zo kunnen bijvoorbeeld agrariërs bedrijfsmatige gewasschade door de bever vergoed krijgen. Particulieren komen niet in aanmerking voor een vergoeding bij graaf- of vraatschade door bevers aan planten, struiken of bomen op hun eigendom. De Provincie Limburg heeft vastgesteld dat de herplantplicht niet van toepassing is op door de bever omgeknaagde bomen. De provincie werkt aan een financiële ondersteuning voor particulieren en stichtingen die relatief dure maatregelen moeten treffen om beverschade aan hun eigendommen te voorkomen.
Natschade en waterpeilverhoging
Natschade treedt voornamelijk op wanneer bevers dammen gaan bouwen in het watersysteem of als de bever duikers dichtbouwt. Bevers bouwen dammen om een stabiel, hoger waterpeil te realiseren. Op deze manier blijft de ingang van de burcht en/oeverholen onder water of krijgen de dieren toegang tot meer foerageergebied. Het afvoeren van water wordt hierdoor erg lastig. De dam (oftewel verstopping) wordt opgestuwd. Dit kan leiden tot een verminderde drooglegging op aanliggende percelen, of zelfs tot inundatie. De schade of wateroverlast die ontstaat door verhoogde waterpeilen als gevolg van beverdammen, wordt gezien als natschade. Natschade is vaak lastiger preventief te voorkomen dan graafschade. Het waterschap is alleen verantwoordelijk (eigenaar of beheerder) voor het watersysteem dat is aangegeven in de legger. In de regel zijn dit primaire en secundaire watergangen. Omdat het waterschap ook nog verscheidene tertiaire watergangen in eigendom heeft is zij ook hiervoor verantwoordelijk. Dit betekent dat het waterschap voldoende drooglegging nastreeft aan aangelegen gronden van primaire, secundaire en in eigendom zijnde tertiaire watergangen. Bij (dreigende) natschade of wateroverlast als gevolg van beverdammen ontstaan vanuit watergangen buiten de legger is iedere (aanliggende) eigenaar of beheerder zelf verantwoordelijk.