Meten van de waterkwaliteit
We doen continu onderzoek naar de waterkwaliteit. Zo houden we zicht op het leven in en om het water. Op die manier weten we welke maatregelen we moeten treffen om water schoon en gezond te houden.

Wat onderzoeken we?
We onderzoeken verschillende onderdelen van de waterkwaliteit. Denk aan stoffen in het water, planten, dieren en algen. Ook kijken we naar de inrichting van beken en plassen. Zo krijgen we een compleet beeld van het leven in en om het water.
Waarom meten we het water?
Door de waterkwaliteit te meten, weten we hoe het gaat met het waterleven in Limburg. We onderzoeken of planten, dieren en andere organismen in en rond het water goed kunnen leven. Ook brengen we in beeld of er stoffen in het water zitten die schadelijk kunnen zijn voor mens, dier of natuur. Met de resultaten bepalen we waar maatregelen nodig zijn om het water schoon en gezond te houden.
Hoe meten we de waterkwaliteit?
Op verschillende plekken in Limburg nemen we watermonsters en doen we metingen. We onderzoeken onder andere de aanwezigheid van voedingsstoffen, zuurstof en andere stoffen in het water. Daarnaast kijken we naar planten, vissen, waterdieren en algen. Ook beoordelen we de inrichting van beken en plassen, omdat die invloed heeft op de kwaliteit van het water en het leven daarin. We meten in grote beken, zoals de Roer, Geul en Geleenbeek, maar ook in kleinere beken en bronnen.
Wanneer is de waterkwaliteit goed?
De waterkwaliteit is goed als planten en dieren gezond kunnen leven in en rond het water. Daarbij kijken we naar verschillende factoren, zoals de hoeveelheid voedingsstoffen en zuurstof in het water, de aanwezigheid van schadelijke stoffen en de ecologische toestand van beken en plassen. De kwaliteit voldoet pas als zowel het water zelf als het waterleven voldoende gezond zijn. Hiervoor gebruiken we de normen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW).