Maaibeheer
Waterschap Limburg zorgt voor het onderhoud van beken, dijken, regenwaterbuffers en sloten. Maaien is daar een belangrijk onderdeel van. Zo helpen we wateroverlast beperken, houden we water vast in droge periodes en zorgen we voor sterke dijken en ruimte voor planten en dieren. We maaien met aandacht voor de natuur en volgens duidelijke afspraken en regels.

Waarom maaien we?
Maaien heeft invloed op het waterpeil, de veiligheid van dijken en de natuur in en rond het water. Daarom kiezen we bewust waar, wanneer en hoe we maaien.
Maaien in en om beken
Planten in en om beken hebben grote invloed op het waterpeil. Wanneer er veel planten in en rondom beken groeien houden ze water tegen. Water stroomt dan minder snel weg en het peil in de beek stijgt. Het grondwater houden we zo beter vast doordat het niet weg kan stromen via de beek. Tijdens hete zomers helpt het hogere grondwaterpeil de natuur en gewassen op de akkers tegen droogte. Het hogere waterpeil kan ook een risico zijn. Bij hevige regenbuien kunnen de beken overstromen en wateroverlast geven. Daarom is maaien wel belangrijk. Wanneer er gemaaid wordt verdwijnt een groot deel van de planten. Water krijgt dan meer ruimte en kan sneller wegstromen richting grotere rivieren en de zee. Zo kan het water beter afgevoerd worden.
Het evenwicht tussen wel of niet maaien is daarom erg belangrijk. We willen wateroverlast bij hoogwater voorkomen maar ook zorgen dat we in de zomer geen last van extreme droogte krijgen. Deze animatievideo legt het effect van maaien op het waterpeil in de beek uit.
Maaien op de dijken
Een sterke, goed doorgroeide, grasmat is belangrijk voor een stevige dijk. Een goede beschermlaag van gras op de dijk zorgt ervoor dat de dijk niet afbrokkelt door wind of water. Veel verschillende soorten gras en kruiden helpen daarbij. De wortels van sommige soorten planten komen dieper in de grond dan andere. Door deze afwisseling blijft de bovenlaag van de dijk stevig.
Veel soorten kruiden groeien beter op een ondergrond met weinig voedingsstoffen. Daarom maaien we de dijken regelmatig en voeren we het maaisel af. Zo halen we de overtollige voedingsstoffen weg en komen er steeds meer soorten kruiden op de dijken. Deze kruiden trekken daarnaast ook veel soorten insecten aan. Het maaien en afvoeren van het maaisel is dus belangrijk voor de kwaliteit van de dijk maar ook goed voor de biodiversiteit in de natuur.

Wanneer maaien we?
We maaien in het groeiseizoen tussen 1 mei en 16 november. In de maaikalender ziet u waar en wanneer we maaien. We proberen ons zoveel mogelijk aan deze planning te houden. Door weersomstandigheden, onverwachte situaties of beschermde planten- en diersoorten kan de planning soms veranderen. Daarom kunnen aan de maaikalender geen rechten worden ontleend.
Onderhoudspaden vrijhouden
Om onderhoud veilig en goed uit te voeren, moeten onderhoudspaden toegankelijk blijven voor machines. Zo kunnen onze medewerkers veilig werken en onderhoud uitvoeren. Zorg ervoor dat:
- begroeiing vanaf aangrenzende percelen het pad niet blokkeert
- beregeningsslangen en buizen niet in de weg liggen
- spoelsleuven vrij blijven
Hoe maaien we?
U ziet ze vast weleens: onze maaimachines of schapen of koeien langs de beek. Om rekening te houden met plant- en diersoorten in en om onze beken en dijken, gebruiken we verschillende maaitechnieken. Zo zetten we schapen en koeien in voor de begrazing langs beken, dijken of buffers voor een milieuvriendelijke manier van maaien. En maken we gebruik van versnijdende maaitechnieken met machines.
Natuurlijke begrazing
Schapen en koeien gebruiken we als milieuvriendelijke manier van maaien. Hierbij zijn geen machines nodig en wordt het maaisel direct afgevoerd doordat de dieren het opeten. Begrazing heeft ook nadelen. Dieren zijn moeilijker te sturen en voegen meststoffen toe aan de bodem. Soms eten ze het gras te kort en soms blijft het juist te lang staan. Daarom gebruiken we begrazing steeds minder op dijken. Daar is een sterke en gelijkmatige grasmat belangrijk voor de veiligheid van de dijk.
Langs beken en in regenwaterbuffers is de kwaliteit van de grasmat minder belangrijk. Daar zetten we begrazing nog wel in. In totaal begrazen schapen en koeien ongeveer 60 kilometer beekoevers en 260 regenwaterbuffers.
Versnijdende maaitechniek
Bij deze techniek gebruiken we cirkelmaaiers die planten glad afsnijden. Hierdoor kunnen planten beter herstellen en doorgroeien. Ook raken insecten en andere dieren minder snel beschadigd dan bij technieken waarbij planten worden fijngeslagen. Na het maaien blijft het maaisel eerst enkele dagen liggen. Kleine dieren kunnen dan wegkruipen en planten krijgen de kans om hun zaden los te laten. Daarna wordt het maaisel opgeruimd en afgevoerd.
Deze manier van maaien kost meer tijd en geld, omdat machines vaker terug moeten komen. Toch gebruiken we deze techniek op alle dijken en natuurbeken, omdat dit beter is voor de kwaliteit van de grasmat en voor planten en dieren. In totaal maaien we ongeveer 280 kilometer natuurbeken en 185 kilometer dijken met deze techniek.
Klepelmaaien en maai-zuigcombinatie
Bij klepelmaaien worden de planten kort geslagen met ronddraaiende metalen klepels in plaats van afgesneden. Soms laten we het maaisel dan liggen om te laten composteren en soms zetten we een maai-zuigcombinatie in om het maaisel af te voeren. De maai-zuigcombinatie zuigt al het maaisel direct op na het maaien. Omdat er maar 1 keer iemand naar het maaigebied hoeft te komen is deze techniek een stuk goedkoper.
Met de ingang van de vernieuwde gedragscode soortenbescherming is klepelen niet meer toegestaan. Uitzonderingen waarbij er nog wel geklepeld mag worden:
- De eerste 1,5 meter langs de openbare weg of fietspad,
- Verharde (dijk)taluds en andere steenbekleding.
- Onderhoudspaden kleiner dan 3 meter en waarbij uitwijkmogelijkheden fysiek begrensd zijn.
- Het maaisel wordt opgeruimd. Er zijn uitzonderingen waarbij het maaisel blijft liggen na het klepelen. Bijvoorbeeld op smalle onderhoudspaden (minder dan 3 meter breed), slecht bereikbare locaties, te weinig ruimte om veilig te werken, een te grote afstand voor de maaiarm of een bodem die niet stevig genoeg is om machines te dragen.
Maaien met aandacht voor natuur
Bij alle werkzaamheden houden we rekening met planten en dieren in en rond beken en dijken. We werken volgens de gedragscode soortenbescherming van de Unie van Waterschappen. Hierin staan regels en afspraken voor onderhoudswerkzaamheden aan watergangen, oevers en dijken. Door volgens deze gedragscode te werken, hoeven we niet voor iedere onderhoudsklus een aparte vergunning aan te vragen.
Gefaseerd maaien
We maaien niet altijd alles in één keer. Dat heet gefaseerd maaien. Door gefaseerd te maaien blijft er op sommige plekken begroeiing staan.
Eén oever blijft staan
We maaien één kant van de oever. De andere kant blijft het hele jaar begroeid, ook in de winter.
Dijken in delen maaien
We maaien voor de zomer één kant van de kering (dijk). Ongeveer 6 weken later maaien we de andere kant van de dijk. In het najaar maaien we alles.
Maaisel laten liggen
Het maaisel leggen we op het onderhoudspad. Alleen langs natuurbeken, keringen, waterbuffers, als er wordt geklepeld of beschermde soorten voorkomen, wordt het maaisel op de meeste locaties afgevoerd. Het maaisel blijft dan maximaal 4 dagen liggen.

Veelgestelde vragen
Mag ik ook zelf maaien, snoeien, knippen?
Nee, het is niet toegestaan om binnen het beheergebied van het waterschap zelf te maaien, te snoeien of te knippen. Om de goede werking van onze dijken, beken en regenwaterbuffers te garanderen, is een juist evenwicht van wel of niet maaien belangrijk. Het waterschap houdt met al deze belangen rekening om te borgen dat beken en buffers bij droogte voldoende water kunnen bergen en bij hoogwater voldoende water afvoeren. Voor dijken is een sterke grasmat noodzakelijk om te voorkomen dat bij een hoogwater de dijk kan wegspoelen. Daarom is binnen het beheergebied van alle onze objecten de optimale onderhoudsfrequentie bepaald.
Wie bepaalt hoe vaak en wanneer er gemaaid wordt?
Hoe vaak en wanneer het waterschap komt maaien, hangt af van diverse factoren. In overleg met ecologen en hydrologen wordt de beste tijd om te maaien vastgesteld. Voor het maaiwerk worden aannemers ingeschakeld.
Als de begroeiing aan één zijde blijft staan dan heb ik dan meer kan op overlast van ongedierte/ratten?
Ongedierte en ratten komen af op afval, zoals etensresten van mensen en voer voor dieren. Ze worden niet aangetrokken door planten of begroeiing.
Als de helft van de begroeiing blijft staan heb ik dan sneller kans op wateroverlast?
De kans op wateroverlast verandert niet, omdat de begroeiing alleen blijft staan op plekken waar dat geen probleem is voor de waterafvoer.
Als het waterschap geen onderhoud pleegt aan één zijde, mag ik dan zelf de begroeiing wegmaaien?
Nee, particulieren of anderen mogen niet maaien in het gebied dat het waterschap beheert. Alleen organisaties of personen die een duidelijke, schriftelijke opdracht van het waterschap hebben gekregen mogen dit doen.
Hoe lang blijft de begroeiing aan één zijde staan?
De begroeiing aan één kant blijft een jaar staan. De andere kant wordt gemaaid wanneer dat nodig is volgens de maaiplanning en met minimaal 6 weken tussen maaibeurten.
Blijft er in waterbuffers ook meer begroeiing staan? Gaat dit ten koste van de opvangcapaciteit als er veel neerslag valt?
Op terreinen met waterbuffers blijft het hele jaar een klein deel van de planten staan. Het jaar daarna blijft een ander deel staan. Dit heeft geen invloed op hoeveel water er opgeslagen kan worden.
Blijft er op de waterkering ook meer begroeiing staan?
Op keringen wordt tussen 15 maart en 15 juli twee keer gemaaid: eerst de binnenkant en later de buitenkant. Tussen 15 juli en 15 maart wordt al het gras gemaaid dat nodig is voor de bereikbaarheid en inspectie van de kering.
Op welke wijze worden flora en fauna beschermd aan de kant waar wel gemaaid wordt?
Waterschappen maaien zodat er het hele jaar door altijd een minimum hoeveelheid planten blijft staan. Deze planten vormen een goed leefgebied voor veel verschillende planten en dieren. Er wordt niet per soort gekeken, maar naar het behoud van leefgebieden. Als het nodig is, worden er extra maatregelen genomen voor bepaalde soorten, zoals beschreven in de gedragscode soortenbescherming.
Worden wandelpaden gemaaid?
Wandelpaden worden net als voorheen gemaaid.