Op de bodem van beken of sloten hoopt zich na verloop van tijd slib, zand en plantresten op. Als er te veel ligt, kan het water minder goed doorstromen. Dan is de kans op wateroverlast groter. Daarom baggeren we op sommige plekken. Dat betekent dat we de bodem schoonmaken. Zo blijft het water diep genoeg, schoon en kan het goed blijven doorstromen. Baggeren is ook goed voor de waterkwaliteit en voor de dieren die in en rond het water leven.

Baggeren is een belangrijk onderdeel van het beheer en onderhoud van het watersysteem. Door watergangen regelmatig te onderhouden, zorgen we ervoor dat beken en sloten goed blijven functioneren. Zo kunnen ze water beter aan- en afvoeren wanneer dat nodig is. Bij baggerwerkzaamheden houden we zoveel mogelijk rekening met de natuur en de omgeving. Zo bekijken we per locatie welke aanpak het meest geschikt is en nemen we maatregelen om de impact op planten en dieren zo klein mogelijk te houden.