- Bestuur
- Droogte
Dijkgraven pleiten voor meer regie op waterbeschikbaarheid

De extreem droge zomer van 2026 heeft Nederland hard geraakt. We zagen hoe kwetsbaar ons watersysteem is. Beken vielen droog, natuurgebieden verdorden, landbouwgewassen kwamen onder druk te staan en de aanvoer van zoet water nam sterk af. De economische schade liep volgens kredietverzekeraar Allianz op tot 9,2 miljard euro. Daarmee behoort Nederland tot de vijf zwaarst getroffen Europese economieën. Droogtemaatregelen dulden geen uitstel meer.
De schade door de droogte maakt duidelijk dat waterbeschikbaarheid een economische randvoorwaarde is. Zonder voldoende zoetwater komen landbouw, industrie, drinkwatervoorziening, scheepvaart, natuur en leefbaarheid onder druk te staan.
De harde werkelijkheid is al langer zichtbaar op de hoge zandgronden in Oost-, Zuid- en Midden-Nederland. Sinds 2018 kampen deze gebieden vrijwel jaarlijks met ernstige droogte en watertekorten. Anders dan in laag Nederland stroomt water – mede dankzij de hogere ligging – hier snel weg via bodem en beken. Zodra droge perioden aanbreken, zijn de reserves snel uitgeput. Daar kwam dit jaar bij dat de grote rivieren, zoals de Rijn, veel minder water vanuit de internationale stroomgebieden naar ons land brachten dan normaal. Een situatie die gezien de klimaatverandering veel vaker gaat voorkomen en om maatregelen vraagt.
Voor een robuuste zoetwatervoorziening geldt: vergroot de opvangcapaciteit van het hoofdwatersysteem, zodat we in ons land meer water kunnen vasthouden en het beter van nut kunnen laten zijn voor alle functies die het vervult. Ook geldt: ‘hoog beginnen is laag winnen’. Door water al in de hogere delen van stroomgebieden vast te houden, blijft het langer beschikbaar. Dat vraagt om ruimtelijke maatregelen waarmee de opslag van water in de bodem en de sponswerking wordt vergroot.
Ook grondwatergebruik verdient meer aandacht. Zoals het beperken van grondwateronttrekkingen en het aanvullen van grondwatervoorraden. Omdat ook bij grondwater een verdelingsvraagstuk speelt, zou naast de bestaande verdringingsreeks voor oppervlaktewater bovendien een verdringingsreeks voor grondwater moeten worden vastgesteld. Hierbij is nationale regie nodig om te komen tot regionale afspraken. Tot slot moeten we inzetten op circulair watergebruik, waarbij gezuiverd afvalwater wordt hergebruikt voor de landbouw, industrie en uiteindelijk ook voor drinkwater.
Deze opgave vraagt niet alleen om maatregelen in Nederland, maar ook om nauwe samenwerking met onze buurlanden. Veel van ons rivierwater komt immers vanuit Zwitserland, Duitsland, Frankrijk en België. Hoe beter water daar wordt vastgehouden, hoe stabieler de aanvoer naar Nederland is.
Om dit alles te realiseren moeten we de nationale en internationale samenwerking verstevigen en het Deltaprogramma Zoetwater versnellen en structureel beter financieren. Regionale overheden, waterschappen, drinkwaterproducenten en bedrijven investeren al fors. Helaas concludeerde de Algemene Rekenkamer onlangs dat de aanpak van zoetwatertekorten vertraging oploopt en onvoldoende regie krijgt vanuit het Rijk. Daar is nu het besluit van minister Karremans bijgekomen om middelen voor zoetwaterbeschikbaarheid voor andere doeleinden in te zetten dan droogte. Niets doen is geen besparing, maar het vooruitschuiven van een steeds grotere rekening.
Nederland kent een sterke traditie van vooruitkijken wanneer de werkelijkheid daarom vraagt. Na de Watersnoodramp van 1953 kwamen de Deltawerken. Na de rivieroverstromingen van de jaren negentig volgde Ruimte voor de Rivier. En na de wateroverlast van 1998 ontstond een nieuwe visie op het waterbeheer. De droogtejaren sinds 2018, met de zomer van 2026 als letterlijk dieptepunt, vragen opnieuw om duidelijke keuzes. Geen tijdelijke (nood)maatregelen, maar een nationale ambitie die Nederland weerbaar maakt tegen watertekorten.
Eerdere generaties beschermden Nederland tegen te veel water. Onze generatie moet Nederland ook beschermen tegen een tekort aan water. Dat vraagt om eenzelfde bestuurlijke daadkracht, eenzelfde langetermijnagenda en eenzelfde bereidheid om te investeren. Naast alle maatregelen is daarvoor een nationaal programma voor waterbeschikbaarheid noodzakelijk.
Met meer regie, meer samenwerking en meer investeringen in het Deltaprogramma Zoetwater. Want zonder water is er geen sterke economie, geen robuuste natuur en geen toekomstbestendig Nederland. De vraag is niet of we extra moeten investeren in waterbeschikbaarheid, maar hoe snel we daarmee beginnen.
De dijk- en watergraven van zeven waterschappen in hoog-Nederland
- Mario Jacobs, Waterschap Aa en Maas
- Joris Bengevoord, Waterschap Brabantse Delta
- Erik de Ridder, Waterschap De Dommel
- Saskia Borgers, Waterschap Limburg
- Hein Pieper, Waterschap Rijn en IJssel
- Marijn Ornstein, Waterschap Vallei en Veluwe
- Stefan Kuks, Waterschap Vechtstromen
Met steun van vijf dijkgraven van waterschappen elders in Nederland
- Luzette Kroon, Wetterskip Fryslân
- Geert Jan ten Brink, Waterschap Hunze en Aa’s
- Roeland van der Schaaf, Waterschap Noorderzijlvest
- Tanja Cuppen, Waterschap Rivierenland
- Hetty Klavers, Waterschap Zuiderzeeland