Herstel beekmondingen Maas krijgt vervolg


beekje-bij-epen-3 (Breedbeeld)

Sinds 2006 zijn er in Noord-Brabant en Limburg in totaal 20 beekmondingen langs de Maas aangepakt. Hierdoor zijn de vismigratie en het natuurlijke karakter van de mondingen verbeterd. Een mooi resultaat door samenwerking tussen Waterschap Aa en Maas, Waterschap Limburg en Rijkswaterstaat. Die samenwerking, die was vastgelegd in een convenant, krijgt vanaf dit jaar een vervolg.

Blauwe knooppunten

Vandaag hebben de drie partijen een handtekening gezet onder een tweede convenant. Hiermee geven ze aan gezamenlijk verder te willen werken aan het herstel van deze zogenoemde blauwe knooppunten. Het voorlopige pakket bestaat uit 19 locaties. Zowel Rijkswaterstaat als de waterschappen hebben belang bij goede samenwerking, het watersysteem trekt zich immers niets aan van de taakverdeling tussen waterbeheerders. Het herstel van de beekmondingen zorgt niet alleen voor een betere verbinding voor vissen tussen de Maas en de paai- en rustgronden in haar zijwateren. Het karakteristieke planten- en dierenleven dat –in brede zin- hoort bij de verschillende typen Maasbeekmondingen krijgt zo ook kans zich te herstellen.

Terug naar ruimte voor de waternatuur

De Maas maar ook tal van beekmondingen zijn de afgelopen 150 jaar sterk veranderd door ingrepen om een betere controle op de waterhuishouding te krijgen en ter verbetering van de scheepvaartroute. Met de bouw van stuwen, met stenen vastleggen van de oevers en het rechttrekken van bochten in de rivier of beek werden deze wateren steeds minder aantrekkelijk voor de flora en fauna.

De laatste jaren zijn allerlei maatregelen getroffen om het oorspronkelijk karakter waar mogelijk te herstellen. Er wordt volop geïnvesteerd in robuuste beken, die water kunnen opvangen indien nodig, verdroging tegengaan en ecologisch gezond zijn. Ook de 20 aangepakte beekmondingen zijn daar een mooi voorbeeld van. Door bijvoorbeeld het weghalen van stenen aan de kant ontstaan oevers met een geleidelijke overgang tussen water en land; dit biedt ruimte voor gewenste natuurlijke processen als afkalving van de oevers, en meer afwisseling in stroming en waterdiepte. Ook krijgen beken vaak weer hun oorspronkelijke (slingerende) loop terug. Dit alles zorgt voor een beter leefgebied voor planten, vissen en andere dieren. Maatregelen als het plaatsen van vistrappen of het weghalen van drempels en stuwen zorgen ervoor dat de paai- en rustgebieden gemakkelijker bereikbaar wordt gemaakt.

Kortom, de maatregelen zorgen voor een betere biodiversiteit.

Waarom doen de waterschappen en Rijkswaterstaat dit?

Zowel de waterschappen als Rijkswaterstaat hebben een aantal taken. Een bekende taak is de bescherming tegen overstroming en het verzorgen van het dagelijkse waterbeheer met de juiste aan- en afvoer. Een andere taak is het waarborgen van de waterkwaliteit: Zorgen voor water dat zowel schoon als gezond is. Hierover zijn in Europees verband, onder de noemer van Kaderrichtlijn Water, afspraken gemaakt, namelijk dat uiterlijk in 2027 het water zowel chemisch (schoon) als ecologisch (gezond) op orde is. Het herstellen van beekmondingen maakt deel uit van het pakket aan maatregelen dat wordt ingezet om aan deze richtlijn te voldoen.